Parlementslid Sophie Brouhon (SP.A) vindt dat de Brusselse regering als een blindeman haar financiële toekomst tegemoet gaat. "In 2015 staan we voor een muur."
B?russels minister van Financiën Guy Vanhengel (Open VLD) heeft maandag in het parlement de begroting 2013 voorgesteld: 3,6 miljard uitgaven en 3,5 miljard inkomsten. Voor SP.A-begrotingsspecialiste en oppositielid Sophie Brouhon zijn minder de cijfertjes van tel, dan wel het grote verhaal: de financiële toekomst van het Brussels Gewest. En die oogt niet rooskleurig.
Brouhon: "Brussel geeft volgend jaar 160 miljoen euro meer uit. Dat kan. Er is 105 miljoen extra door de herfinanciering van Brussel, ingeschreven in het Vlinderakkoord, en 75 miljoen extra door het solidariteitsmechanisme. Daar komen nog voor 82 miljoen euro 'eenmalige inkomsten' bij. Daardoor kan de Brusselse regering haar begrotingstekort beperken tot 131 miljoen," rekent Brouhon voor. Daarmee zit de regering op schema om het deficit tegen 2015 volledig af te bouwen.
Wat volgens Brouhon echter ontbreekt, zijn maatregelen voor de periode ná 2015. Brussel verarmt zienderogen. Dat blijkt ook uit de inkomsten uit de personenbelasting. De kloof tussen het belastbaar inkomen in Brussel en het belastbaar inkomen in België wordt elk jaar groter. In 2009 was de Brusselaar 13,7 procent armer dan de Belg, vandaag is dat bijna 20 procent. Voor de Brusselse begroting is dat geen ramp: het solidariteitsmechanisme tussen de gewesten treedt dan in werking. Dit jaar is dat goed voor naar schatting 456 miljoen euro, of maar liefst 15 procent van de Brusselse inkomsten. "Welnu," zegt Brouhon, "in 2015 wordt het solidariteitsbedrag bevroren. Tien jaar lang. Daarna valt het weg. Zo is het afgesproken in het Vlinderakkoord. Als Brussel dan nog verder verarmt – en dat ligt in de lijn van de verwachtingen –, dan zal Brussel het vanaf 2015 met steeds minder moeten doen. Wat ik de regering verwijt, is dat ze de afgelopen vier jaar geen enkel instrument ontwikkeld heeft om een kentering in haar financieringsbasis teweeg te brengen. In 2015 zullen we over een begroting moeten onderhandelen met een muur voor ons."
Brouhon heeft een verklaring voor de budgettaire lethargie. De Brusselse regering was de afgelopen vier jaar niet bezig met begrotingsopmaak, maar met boekhouding. "De Brusselse begroting is een consensuele begroting. Elke minister mag zijn ding doen. Maar fundamentale discussies? Die zijn er nauwelijks. Een meerjarenbegroting? Die is er niet. Heeft u één publiek debat gezien over de te spenderen middelen of over de inkomsten? Een groot verschil met de federale regering, of met de Vlaamse, waar discussies op het scherp van de snee worden gevoerd, waar er keuzes worden gemaakt. Nochtans moeten we vandaag beslissingen nemen om de afbouw van het solidariteitsmechanisme op te vangen: de administratie moderniseren, de activering van de werklozen versnellen, een relancebeleid voeren, enzovoorts."
Volgens Brouhon heeft een en ander niet alleen financiële, maar ook politieke implicaties. Brouhon: "Er zullen geheid weer discussies komen over de herfinanciering van het Brussels Gewest. Maar het lijkt me erg onwaarschijnlijk dat Brussel in een zevende staatshervorming opnieuw meer geld zal krijgen. Het is dus alle hens aan dek."
Metro
In de commissie Financiën van het Brussels parlement zei Vanhengel dat hij niet akkoord gaat met de kritiek dat er een mak begrotingsbeleid is gevoerd. Het Brussels Gewest zit op schema met de afbouw van het deficit. Dat gebeurt in een financieel erg moeilijke context, met weinig economische groei. Vanhengel: "Het feit dat sommigen ongerust zijn over de toekomst van Brussel over twintig jaar, bewijst dat er op de begroting van vandaag weinig aan te merken valt."
Vanhengel geeft wel toe dat een denkoefening over het fiscaal draagvlak van Brussel nodig is: "Het Gewest ziet jaar na jaar de uitgaven stijgen voor andere beleidsniveaus dan het gewestelijke: de gemeenten, de Irisziekenhuizen en, vooral, de gemeenschapscommissies VGC en Cocof." Die laatste krijgen in de begroting 2013 alweer twintig miljoen euro extra. Vanhengel betwist de noodzaak van die verhoging niet. "Vlaanderen en de Franse Gemeenschap laten Brussel links liggen. We moeten iets doen om de bevolkingsstijging het hoofd te bieden." Maar, zegt Vanhengel, "om dit betaalbaar te houden zullen we moeten inzetten op het aantrekkelijk maken van de stad, zodat mensen met een behoorlijk inkomen in de stad komen wonen."
Een eerste aanzet hiervoor vormt de uitbreiding en modernisering van de metro, waarvoor in deze begroting extra middelen worden uitgetrokken


