Zoek de vrouw - door Kim Herbots

Posté par: so dans Dans la presse

Taggé dans: femmes

De Belgische captains of industry manen de ontslagnemende regering in een open brief aan om een deftige begroting voor 2011 op te stellen. Onder het document staan 23 topnamen uit het bedrijfsleven. 22 mannen en één enkele vrouw: Sophie Dutordoir van Electrabel. Het glazen plafond zwart op wit.

Toch gaat het de goede kant uit volgens recent cijfermateriaal. België zit inmiddels op het Europese gemiddelde van 11,7 procent vrouwen in raden van bestuur en directiecomités in de grootste bedrijven. Al gaat dat niet bepaald vanzelf. 

"Ik kan mij zo voorstellen hoe die open brief tot stand is gekomen", zucht Elke Valgaeren van SEIN, het Steunpunt Gelijkekansenbeleid van de UHasselt die onder meer onderzoek doet naar vrouwen in topfuncties. "Waarschijnlijk ergens op een nieuwjaarsreceptie in een van de businessclubs waar voornamelijk mannen rondlopen. Laatst kregen wij op het steunpunt bezoek van iemand die zich afvroeg hoe het kwam dat hun organisatie zo weinig vrouwen telde. Maar om lid te worden, moest je gevraagd worden door een van de huidige leden: allemaal mannen." 

Dat denkt ook Eva Derous van de Onderzoeksgroep Arbeids-, Organisatie- en Personeelspsychologie van de UGent. "Natuurlijk zijn er vrouwen die zich niet geroepen voelen om carrière te maken op hoog niveau omdat ze nu eenmaal nog steeds vaker dan mannen worstelen met de combinatie werk en gezin, maar hoe je het ook draait of keert: het old boys network speelt ook nog altijd een niet te onderschatten rol en daar krijgen vrouwen maar moeilijk voet aan de grond."

Dat het idee voor de oproep aan de regering op een van de vele recepties ontstaan is, acht Luc De Bruyckere van het Vlaams Netwerk van Ondernemingen VOKA niet onwaarschijnlijk. "En ik merk het dezer dagen ook: op die gelegenheden lopen veel meer mannen dan vrouwen rond. Ze beginnen onderling te praten, bellen later nog eens en voor je het weet is het besluit genomen. Die manier van netwerken spreekt vrouwen veel minder aan."

Nochtans is het vaak ook dé manier waarop de posten in de raad van bestuur uitgedeeld worden. De Bruyckere probeert het klassieke patroon te doorbreken. "Afgelopen maandag werden de mandaten van onze bestuursleden bevestigd en ik stond erop dat we een tiental vrouwen extra opnamen in onze raad van bestuur", zegt hij. "We zitten nu aan 20 à 25 vrouwen op een raad van bestuur van zowat 80 mensen. Ik merk dat vrouwen beter nadenken wanneer je ze een mandaat aanbiedt. Als ik een man bel en zeg dat ik hem eens zou willen spreken over een eventueel mandaat dan hebben ze al toegezegd voor de functie nog voor ik een concreet voorstel heb geformuleerd. Vrouwen willen weten wat de positie precies inhoudt en welke rol ze kunnen spelen. Gemiddeld gesproken gaat een vrouw daar secuurder mee om."

De Bruyckere kon zonder al te veel telefoontjes zijn raad van bestuur uitbreiden met tien vrouwen en dat bewijst alvast één ding: ze zijn er en ze willen best. "Het is anders wel een excuus dat je vaak hoort", meent Lutgart Van den Berghe van Guberna, het Instituut voor Bestuurders. "Er zouden geen valabele kandidaten zijn. Vraag is natuurlijk wat een 'valabele kandidaat' is. Als je dat definieert als een voormalige CEO dan hebben de bedrijven zelfs een punt. Zoveel vrouwelijke ex-CEO's zijn er niet. Maar is een CEO-functie een noodzaak voor een mandaat?"

Verbetering

Van den Berghe zelf zetelt onder meer in de raden van bestuur van Electrabel en Belgacom en ze merkt stilaan verbetering. "Niet zo heel lang geleden werd de organisatie 'Women on Boards' opgericht", zegt ze. "Binnenkort starten we met een mentorship waarbij we aan ervaren bestuursleden vragen om vrouwen te begeleiden en te coachen om zo een zitje in een raad van bestuur te kunnen opnemen. We hebben de afgelopen weken een eerste oproep gedaan en de respons bij mannen is erg groot. Dat betekent toch iets denk ik."

Ook de cijfers gaan de goede kant uit. In 2008 was zeven procent van de raden van bestuur en directiecomités in de grootste Belgische ondernemingen vrouwelijk, zo blijkt uit een studie van het European Professional Women's Network (EPWN). Afgelopen zomer werd een nieuwe editie gepubliceerd en ons land blijkt - net zoals het merendeel van de landen in Europa - op de goede weg te zijn: op twee jaar tijd was het percentage vrouwen in de hoogste regionen van het bedrijfsleven gestegen tot 11,7 procent. Daarmee zitten we pal op het Europese gemiddelde. Van de 4.875 bekeken posities in Europese bedrijven met een omzet van meer dan een miljard euro zijn er 572 in handen van vrouwen. Landen als Italië en Portugal bengelen met nog niet eens een schamele vijf procent achteraan, koplopers zijn de Scandinavische landen met op eenzame hoogte Noorwegen met bijna vier op de tien topfuncties die ingevuld worden door vrouwen. Maar Noorwegen vindt Van den Berghe een vals voorbeeld. "In Noorwegen hebben ze hun raden van bestuur gewoon vergroot en op die manier vrouwen aan boord gehaald", zegt ze. "Zo is het makkelijk, maar dat kan niet de bedoeling zijn."

Het moet gezegd worden: de vooruitgang komt niet intrinsiek op gang. Gisteren nog riepen de organisatoren van de jaarlijkse bijeenkomst van het Wereldeconomisch Forum (WEF) in het Zwitserse Davos de deelnemende bedrijven op om dit jaar minstens één vrouw in hun delegatie op te nemen. Volgens de organisatie van het WEF is slechts drie procent van de CEO's van 's werelds 500 grootste bedrijven vrouwelijk. In 2001 was slechts negen procent van de deelnemers geen man. Vorig jaar was dat aandeel al opgelopen tot zeventien procent, maar dat vindt Saadia Zahidi van het genderprogramma van het WEF nog altijd ondermaats.

In eigen land heeft de commissie Corporate Governance net deze week bekendgemaakt dat in 2018 dertig procent van de raden van bestuur van beursgenoteerde firma's vrouwelijk zal moeten zijn. "Een bestuurslid wordt vaak voor zes jaar aangesteld", zegt Christine Darville. "Vandaar de iets verdere deadline."

De keuze voor een derde vrouwen is niet toevallig. Een studie uit 2008 van het Canadese Wellesley Centers for Women toont aan dat de ene excuustruus geen enkel effect heeft: pas vanaf minstens drie vrouwen is de kritische massa groot genoeg om een impact te hebben op de besluitvorming. Dat is ook een van de redenen waarom De Bruyckere meer vrouwen aan boord wou. "Als er genoeg vrouwen zijn dan merk je dat dat een invloed heeft op de sfeer", zegt hij. "Het machogehalte op vergaderingen daalt drastisch."

De dertig procent van de code wordt geen verplichting. "Maar het is zeker ook niet vrijblijvend", legt Darville uit. "De betrokken bedrijven zullen vanaf nu in hun jaarverslag moeten duidelijk maken welke stappen ze jaar na jaar nemen om tegen 2018 het beoogde percentage vrouwen te behalen. Nemen ze geen stappen of slagen ze er in 2018 niet in om voldoende vrouwen een bestuursmandaat gegeven te hebben dan zullen ze daar een uitleg voor moeten kunnen geven."

Wie de code bijlange na niet verregaand genoeg vindt, is sp.a-kamerlid Bruno Tuybens. Op dit moment worden in het federaal parlement hoorzittingen georganiseerd in de commissie Handelsrecht naar aanleiding van enkele wetsvoorstellen omtrent het invoeren van quota voor het aantal vrouwen in raden van bestuur van beursgenoteerde ondernemingen en overheidsbedrijven. Een van die voorstellen is van de hand van Tuybens. Hij zou na een overgangsperiode van drie jaar graag hebben dat een op de drie bestuursleden vrouw is. Verplicht.

"Mijn vrouw vindt dat onzin", zegt hij. "Zij vindt opgelegde percentages betuttelend. Kan zijn, maar een Noorse studie van de Friedrich Ebert Stiftung, uitgevoerd door twee vrouwen die ook tegen quota waren, komt tot de conclusie dat het het enige is dat werkt. Punt. Final stop." De statistische gegevens geven hem geen ongelijk. Tussen 2008 en 2010 heeft België in de studie van het EWPN dan wel een inhaalbeweging gedaan, globaal bekeken zitten in de raden van bestuur van alle beursgenoteerde Belgische ondernemingen nog altijd maar zes procent vrouwen. De BEL 20-bedrijven (zie kader) schetsen al evenmin een rooskleurig plaatje. "Probleem is net dat de corporate governance code niks afdwingt", meent Tuybens." Zolang bedrijven uitleggen waarom ze niet genoeg vrouwen aangesteld hebben is het goed. En die uitleg kan letterlijk alles zijn. Niemand die hen daar ter verantwoording voor kan of zal roepen. We hopen dat er wat betreft echte quota in het voorjaar knopen zullen kunnen doorgehakt worden."

Ook een voorstander van wettelijk opgelegde minimumaantallen is CD&V-politica Els Van Hoof. "Quota zijn een hefboom", zegt ze. "Kijk naar de politiek. Eens de quota er waren, meldden vrouwen zich spontaan aan om kandidaat te zijn en elke verkiezing gaat het aantal vrouwen met rasse schreden vooruit. Iedereen vindt het nu ook logisch dat er meer vrouwen in het parlement zitten en zo zal het ook gaan met de bedrijfstop. Op den duur heffen quota zichzelf op en worden ze overbodig."

Wie liever nog even de boot wil afhouden is Van den Berghe, die volgende week in de commissie verwacht wordt. "Geef het nog even", zegt ze. "Ik heb het gevoel dat er nu echt iets aan het veranderen is. Ook vanuit de bedrijven zelf. Met quota bewijs je geen goede dienst aan vrouwen die sowieso geschikte kandidaten zijn. Je kunt niet eeuwig wachten tot de zaken van binnenuit veranderen, maar heb nog even geduld. De quota zijn een goede stok achter de deur en als het moet kunnen we ze nog altijd invoeren."

Wetenschappelijk gezien valt voor beide standpunten iets te zeggen. "Zin en onzin van quota is voor de studenten een college van drie uur", lacht ze. "Het is een complex gegeven. Enerzijds krijg je met een opgelegd percentage natuurlijk het beoogde resultaat, maar anderzijds zitten die vrouwen er omdat het van moeten is. Diversiteitsprogramma's beogen een verandering van attitude. Dat is allesbehalve evident en een werk van lange adem, maar als het lukt dan verandert het wel degelijk het gedrag en het denkpatroon."

Niet afwachten

Wat wel duidelijk is, is dat de dingen op hun beloop laten geen optie is. Het is niet omdat nu al meer dan één op twee studenten aan de Vlaamse universiteiten vrouwelijk is, dat eenzelfde beweging automatisch zal gebeuren aan de top van grote ondernemingen. "Het is een theorie die je bijvoorbeeld wel hoort als het gaat om etnische minderheden in de Verenigde Staten maar wat vrouwen betreft zeer zeker niet", meent Derous. "Het is ook niet zo dat de komst van vrouwen in bestuursfuncties het noodzakelijk makkelijker maakt voor andere vrouwen. Er zijn ook al onderzoeken geweest die stellen dat vrouwen net strenger zijn voor hun seksegenoten."

Luc De Bruyckere, VOKA: Als er genoeg vrouwen zijn dan heeft dat een invloed op de sfeer. Het machogehalte op vergaderingen daalt drastisch

 

Commentaires (0)add
Ecrivez un commentaire

busy